
In de negentiende eeuw zochten Amsterdamse artsen betere zorg voor mensen met langdurige psychische problemen buiten de stad. Ruim een eeuw later keerde de beweging om: patiënten moesten juist terug naar hun eigen omgeving. De ideeën over goede psychiatrie waren ingrijpend veranderd.
In Tweehonderd jaar Amsterdamse psychiatrie volgt Frits Boer de ontwikkeling van de Amsterdamse academische psychiatrie, van het Buitengasthuis en de Valeriuskliniek tot het huidige Amsterdam UMC. Welke ideeën gaven richting aan de behandeling van volwassenen, kinderen en ouderen? Hoe werkten die door in de dagelijkse zorg? Naast de opvattingen van hoogleraren krijgen de ervaringen van verpleegkundigen en patiënten nadrukkelijk een plaats.
Deze geschiedenis kent geen rechte lijn naar steeds betere zorg. Sommige opvattingen zijn inmiddels ondenkbaar, andere klinken opvallend actueel. Discussies over lichaam en geest blijken telkens terug te keren, net als de vraag wat de samenleving van de psychiatrie mag verwachten. En steeds nadrukkelijker klinkt de vraag wie daarover mag meebeslissen. Zo biedt deze Amsterdamse geschiedenis iedereen die betrokken is bij de psychiatrie stof tot nadenken over de herkomst van onze overtuigingen en de zorg die we in de toekomst willen bieden.
Over de auteur
Frits Boer is oud-hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie bij het Amsterdam UMC, locatie AMC.