
De Organisation Todt was een van de sleutelorganisaties van de Hitlerstaat. Deze paramilitaire groepering, genoemd naar oprichter Fritz Todt, stond in voor grote bouwwerken, zoals de Atlantikwall, bewaakte krijgsgevangenen- en concentratiekampen, en werd ingezet bij militaire operaties en genocides, onder meer in Oost-Europa.
In 1941 kreeg ook België een eigen afdeling. Toch bleef die, ondanks de betrokkenheid van tienduizenden Belgen, lange tijd een blinde vlek in onze kennis van de Tweede Wereldoorlog. Dat is des te opmerkelijker omdat in deze geschiedenis dader- en slachtofferschap met elkaar verweven zijn. Dit was een naziorganisatie die draaide op een wrange combinatie van vrijwillige collaboratie en dwang: mannen en vrouwen die hun leven opnieuw hoopten op te bouwen, opportunisten en avonturiers, maar ook overtuigde nazisympathisanten, naast chantage en de dwangarbeid van duizenden Belgische Joden.
Na jarenlang archiefonderzoek kon historicus Frank Seberechts achterhalen hoe de O.T. en het bewapende Schutzkommando precies functioneerden, wie erbij betrokken was en welke misdaden de Belgische leden begingen. Dit boek laat alle betrokkenen aan het woord en brengt tal van nieuwe feiten aan het licht. Zo kon de auteur ophelderen wat er gebeurd is met de tweeduizend Belgen die in de winter van 1942-1943 tijdens het beleg van Stalingrad verdwenen.
Na de oorlog werden naar schatting drieduizend leden veroordeeld voor collaboratie. Hun werkelijke aantal was een veelvoud.