Poëzie is geen statische verzameling van woorden. Ze leeft en moet zwe(r)ven tussen pen, oog, mond, oor en hart. Alles is vergankelijk in deze wereld, ook de uitgehangen stadsgedichten van Hilde Van de Mieroop. Niet alles moet blijven zoals het is, bewaard en gecatalogeerd worden. Er zit kracht in het loslaten van dingen die geweest zijn en hun momentum hadden. Overvliegende ganzen, de warmte van een zomers strand, een weerzien of een afscheid, of een kus waarvan we dachten dat die er nooit zou komen…
Elk moment telt af naar een eindigheid, een verdwijnen, veranderen, en toch telt elk moment, elke seconde en levensadem als een eeuwigheid op zichzelf. Hoeveel tijd hebben we om te wachten op een ander, een plek te bezoeken, te blijven verlangen naar een tijd die gepasseerd is?
'Blijf maar, zolang je kan' is een pleidooi om schoonheid, verdriet, passie en pijn, hoe klein ook, te omarmen. Oog te hebben voor het momentum, het leven, de wereld en elkaar. Te blijven zolang we kunnen.
Hilde Van de Mieroop studeerde filosofie, doceert moraal aan lagereschoolkinderen en begeleidt toekomstige leerkrachten tijdens hun opleiding. Al meer dan dertig jaar begeeft zij zich in spreidstand tussen de drukke overvloedigheid van de stad en de uitbundige rust van het platteland. Deze zoektocht naar het evenwicht tussen natuur en cultuur is terug te vinden in de gedichten die ze schrijft en achterlaat in de stad. Haar dichtkunst hangt in bomen, schittert achter ramen of ligt voor het grijpen. 'Blijf maar, zo lang je kan' is haar debuut.






























































































































































