
“Maar het is toch je moeder.” Met die zin begint de twijfel. En precies daar begint mijn verhaal. Deze biografie schrijven is geen praktische keuze. Het is de grens tussen zwijgen en spreken. Tussen mezelf blijven verliezen of eindelijk ruimte innemen voor wat er altijd al had moeten zijn. Mijn verhaal opschrijven betekent woorden geven aan wat jarenlang verborgen moest blijven. Maar mijn verhaal staat niet los van mijn moeder en precies daar zit de verscheurdheid. Want hoe kies je voor jezelf zonder het gevoel te hebben dat je haar pijn doet? Hoe doorbreek je een patroon waarin je hebt geleerd te verdragen, te zwijgen en loyaal te blijven, zelfs als die loyaliteit je breekt? Te vaak gaat het niet over wat een kind is aangedaan, maar over hoe het volwassen kind ermee omgaat. Alsof niet de oorzaak, maar de reactie het probleem is geworden. Ik voel me verscheurd tussen zwijgen en spreken. Tussen mezelf verliezen of eindelijk mijn stem gebruiken. Maar langzaam groeit het besef dat zwijgen niet langer beschermt, alleen in stand houdt. Dit boek is geen afrekening. Het is een poging om mezelf niet langer kwijt te raken en een patroon te doorbreken dat nooit van mij had mogen zijn.