dit werk kent de volgende uitvoeringen
verschijningsdatum31/12/2025

Waar in Nederland doken in de periode 1942-1945 de meeste Joden onder?
Welke Joden betrof dat en wie waren hun gastgevers?
In hoeverre was het georganiseerde verzet daarbij betrokken?
In welke zin veranderde in die drie jaar het karakter van de Joodse onderduik?
Waar werden de meeste Joodse onderduikers gepakt en wat waren daarvan de oorzaken?
Hoe oordeelden de Joodse onderduikers en gastgevers na de bevrijding over elkaar?Dit zijn enkele van de vele vragen rondom de Joodse onderduik die tot voor kort onbeantwoordbaar leken. De antwoorden lagen verscholen in de duizenden, vaak schrijnende onderduikverhalen in het enorme archief van de voormalige Commissie voor Oorlogspleegkinderen (Opk). Die commissie heeft in de periode 1945-1949 advies uitgebracht over het voogdijschap over de bijna 1900 Joodse oorlogswezen.
In 2022 kreeg historicus Bert Jan Flim (1957) toegang tot het Opk-archief. Zodoende kon hij als eerste de onderduikverhalen optekenen van in totaal 3770 Nederlandse Joden. De Joodse onderduik beslaat een enorm scala aan persoonlijke verhalen. Het hele spectrum aan menselijke gedragingen komt voorbij, van ernstige misdaden als uitbuiting en mishandeling tot en met de zelfopoffering van altruïstische hulpverleners. Of, zoals Flim het zelf verwoordt: ‘Alles wat je kunt verzinnen is gebeurd’.Bert Jan Flim beschreef de hulp aan Joodse kinderen in zijn boeken Onder de Klok (2011) en Het grote kinderspel (2020). Ook was hij medeauteur van het Nederlandse deel van het grote lexicon van Yad Vashem, getiteld Rechtvaardigen onder de volkeren. Nederlanders met een onderscheiding voor hulp aan Joden (2005).