
In dit boek beschrijft Klaas Spronk de rol die de Bijbel in zijn leven heeft gespeeld: hoe hij ermee is opgevoed en hoe hij er later als predikant en hoogleraar mee is omgegaan. Via een persoonlijke insteek wordt zo ook een beeld geschetst van de ontwikkelingen zoals die in de laatste vijftig jaar binnen de Protestantse kerk en de daaraan verbonden opleiding voor predikanten hebben plaats gevonden. Na een autobiografische inleiding wordt aandacht gegeven aan de Bijbel als literair kunstwerk en wordt er daarnaast stelling genomen in een aantal gevoelige kwesties, waaronder het gezag van de Bijbel, God en geweld, leven na de dood, kerk en Israël en Bijbelvertalingen