
‘Je hebt in het leven spierballen nodig,’ zei mevrouw Kamla. ‘Spierballen om iets te dragen of te tillen, dat begrijpt iedereen. Maar je hebt hier ook spierballen nodig.’ Ze legde haar handen op haar borst. ‘Hier, vanbinnen, in je hart. Een ander soort spierballen. Om zorgen te kunnen dragen.’
Siska is net verhuisd naar een stad waar ze niemand kent. Haar moeder werkt veel en haar nieuwe school is verschrikkelijk stom. Gelukkig is daar de buurvrouw, mevrouw Kamla. Klein, oud, met dunne beentjes en een kamer vol bloemen en goden. Ze noemt Siska misi en vertelt over krokodillen in Surinaamse rivieren, over haar zus Indra, over hoe je kookt voor iedereen ook als er niemand is – en over spierballen. Niet die in je armen, maar in je hart. En gelukkig leert Siska Inke, haar hond Stip en Kaja kennen – de beste vrienden die ze zich kan wensen.
Spierballen is een verhaal over een meisje dat ontdekt dat je sterker wordt van wat je draagt en niet van wat je vermijdt, over vriendschap en over wat het betekent om er voor een ander te zijn. Een verhaal dat nazindert, in de warme stijl van Guido Bottinga, met prachtige, bloemrijke illustraties van Miriam Bos.