
Een 24-jarige jongeman verlaat in oktober 1944 met zijn jongere broer gedwongen het ouderlijk huis en de stad waar zij wonen. Een bizarre treinreis brengt ze naar nazi-Duitsland, waar zij moeten werken aan de verdedigingslinie: de Westwall. Deze beproeving wordt gekenmerkt door kameraadschap en nuchtere Twentse moed. Na hun bevrijding melden zij zich als oorlogsvrijwilliger aan bij het geallieerde leger. Na een korte opleiding in Brussel als Pionier der Genie, maken zij de laatste beslissende slag aan de Rijn mee. Het verhaal wordt afgewisseld met verslagen van geallieerde soldaten die een belangrijk onderdeel vormen in deze geschiedenis.