Hotske Postma (1962) maakte in haar pubertijd een ‘bekering’ mee. De nieuwe hervormde dorpspredikant is een charismatisch man die het christelijk geloof voor haar ‘ontsluit’. Ze is veertien, vijftien jaar en heeft het gevoel dat ze zijn woorden ‘indrinkt’. Alsof ze daarvoor haar aanwezigheid in de kerk half slapend, half wakend heeft doorgebracht. Ze besluit theologie te gaan studeren en wordt predikant. Totdat ze na twintig jaar met een burn-out thuis komt te zitten. Dan komen de vragen: hoe zit dat eigenlijk met mijn geloof? Is dat begonnen bij mijn bekering of was het er al eerder? En hoe werkt dit dan? Ook vraagt ze zich regelmatig af wie ze nog is als gelovige en theoloog, en wát ze nog gelooft nu ze geen praktiserend predikant meer is en aan de zijlijn van het kerkelijk bedrijf is beland. Wat volgt is een zoektocht naar de wortels van haar geloof en de doorwerking ervan tot op de dag van vandaag. Een theologische autobiografie; openhartig, onderzoekend, kritisch en authentiek.